Terug naar hoofdinhoud
1 november 2026

Gouden Olympische medailles zijn eigenlijk bijna helemaal zilver

Wie een Olympische gouden medaille wint, krijgt geen blok puur goud mee naar huis. De medaille bestaat grotendeels uit zilver met een dun laagje goud. Het was ooit heel anders.

Zilver voor de winnaar in 1896

Bij de eerste moderne Spelen in Athene in 1896 bestonden er nog helemaal geen gouden medailles. De winnaar kreeg een zilveren medaille, een olijftak en een oorkonde. Wie tweede werd, ontving een medaille van brons of koper, een lauriertak en eveneens een oorkonde. Voor derde plaatsen was er nog geen prijs.

Massief goud, maar niet voor lang

De bekende volgorde goud, zilver en brons kwam er pas bij de Spelen van 1904 in St. Louis. Van 1904 tot en met 1912 waren de gouden medailles echt van massief goud. De Spelen van Stockholm in 1912 waren de laatste waar dat gebeurde. Daarna werd de gouden medaille gemaakt van zilver met een laagje goud.

Hoeveel goud zit er nu in?

Tegenwoordig bestaat een gouden medaille voor het grootste deel uit zilver, ongeveer 92,5 procent, en is zij bedekt met zes gram goud. De zilveren medaille is dus eigenlijk van dezelfde basis gemaakt, maar zonder het gouden laagje. Daarom is een gouden medaille minder waard dan de naam doet vermoeden. De echte waarde zit in de prestatie erachter.