Touwtrekken: een sport die ooit olympisch was
Het lijkt een spelletje voor op het schoolplein, maar touwtrekken was ooit een echte olympische sport. Van de Spelen van 1900 tot en met die van 1920 trokken teams om de medailles.
Acht man aan een touw
Bij het olympische touwtrekken stonden twee teams van elk acht deelnemers tegenover elkaar. Ze hielden het uiteinde van een lang touw stevig vast en probeerden de tegenstander over de streep te trekken. Een team bestond dus uit acht trekkers, die samen moesten zorgen voor precies de juiste mix van kracht, ritme en techniek. Wie het touw het best onder controle had, won de krachtmeting.
Van 1900 tot 1920
Touwtrekken maakte zijn olympische debuut in 1900 en bleef daarna een aantal edities op het programma staan. De laatste keer dat er om olympische medailles werd getrokken, was in 1920 in Antwerpen. Daarna verdween de sport voorgoed uit het olympische programma, al wordt er nog altijd door veel mensen over de hele wereld aan touwen getrokken, bijvoorbeeld bij sportdagen en volksspelen.
Politieagenten op het hoogste podium
In Antwerpen deden in 1920 vijf landen mee: Groot-Brittannië, België, Italië, Nederland en de Verenigde Staten. Het Britse team won het goud. Het bestond grotendeels uit huidige en voormalige leden van de Londense politie, mannen die door hun werk en training behoorlijk wat kracht hadden opgebouwd. Het is een mooi voorbeeld van hoe divers de sporters waren die in de beginjaren van de moderne Spelen om medailles streden.
Touwtrekken is dus meer dan een grappig weetje: het laat zien dat het olympische programma in de loop der tijd flink veranderd is. Sporten komen en gaan, en soms verdwijnt er een die nog altijd bij veel mensen bekend is.
