Hoe een boogschietwedstrijd in 1948 de Paralympische Spelen begon
Op 29 juli 1948, de dag van de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen, organiseerde een Britse arts een boogschietwedstrijd voor mensen in een rolstoel. Wat klein begon, groeide uit tot de Paralympische Spelen.
Een dokter met een idee
De arts heette Ludwig Guttmann. In 1944 kwam hij aan het hoofd te staan van het nationale centrum voor dwarslaesiepatiënten in het Stoke Mandeville Hospital, in het Engelse Aylesbury. Guttmann geloofde dat sport een belangrijk onderdeel van revalidatie kon zijn. Het gaf patiënten kracht, zelfvertrouwen en plezier.
Zestien boogschutters
Op de dag dat in Londen de Olympische Spelen openden, hield Guttmann bij zijn ziekenhuis een wedstrijd voor zestien deelnemers. Zij streden in het boogschieten. Het was een bescheiden evenement zonder grote tribunes, maar het was de eerste stap. Daarna werd de wedstrijd herhaald, met steeds meer sporten en deelnemers, en kreeg hij de naam Stoke Mandeville Games.
Van ziekenhuis naar wereldtoneel
In 1952 werd het evenement internationaal en richtte Guttmann mee een internationaal comité voor de Stoke Mandeville Games op. De grote doorbraak kwam in 1960. Toen werden de Games gehouden in Rome, dezelfde stad die enkele weken eerder de Olympische Spelen had georganiseerd. Meer dan 400 atleten uit 23 landen deden mee. Die editie wordt gezien als de eerste Paralympische Spelen.
Een erfenis die doorgaat
Guttmann bleef tot 1966 aan het ziekenhuis verbonden. Hij zag nog hoe zijn idee groeide tot een wereldwijde beweging. Tegenwoordig vinden de Paralympische Spelen plaats na elke Olympische editie, en duizenden atleten laten zien wat topsport is, ver voorbij de beperkingen die anderen voor hen bedachten.
